Veel gestelde vragen

Naar aanleiding van de vele vragen over het keurmerk van Per Saldo, geven wij hieronder de belangrijkste argumenten van BVOP voor het afwijzen van dit keurmerk.

Punt 1: Valsheid in geschrifte
Een van de kernproblemen van de fraude met het PGB is valsheid in geschrifte. Er wordt met geen woord hierover gerept in het keurmerk. Nu ben je er niet alleen met een keurmerk. Ook de controles door de instanties moet hierop worden aangescherpt. BVOP heeft dit bij herhaling aangekaart, ook bij het ministerie. Tot dusverre vergeefs.

Punt 2: Verklaring omtrent gedrag ontbreekt
Een van de toetredingscriteria bij BVOP is dat de bestuurder(s) van een organisatie een Verklaring Omtrent Gedrag kunnen overleggen. Een dergelijke eis ontbreekt geheel in het keurmerk.

Punt 3: Financieel verkeer tussen budgethouder en PGB-bureau nog steeds mogelijk
Naar aanleiding van de gesprekken tussen BVOP en de Nederlanse Bank heeft BVOP de artikelen voor financieel beheer geschreven. Doel hiervan was om het geldverkeer tussen de budgethouder en een PGB bureau uit te sluiten. Deze heeft men grotendeels overgenomen. Echter, men sloopte een artikel en een aantal cruciale zinsneden, waardoor geldverkeer tussen de busgethouder en een PGB bureau weer mogelijk wordt.

Punt 4: Het hebben van volmachten is niet controleerbaar
De controle op volmachten is alleen mogelijk door opsporingsdiensten en interne security officers van een bank. Een instituut als het Keurmerk Instituut heeft dus niet de bevoegdheid daarvoor. Het enige middel is om een PGB bureau te geloven op zijn woord. Budgethouders wordt namelijk niets gevraagd. Een controle van niets derhalve.

Punt 5: Alleen bureaus met een keurmerk mogen bemiddelingskosten verantwoorden
Laat u zich niet verleiden door deze regel. Je mag dan wel verantwoorden, maar de huidige limieten van € 250,-/€500,- worden niet veranderd. Hiervan kan geen enkel bureau (over)leven.

Punt 6: De business case behorend bij het keurmerk
Tijdens de besprekingen met de Nederlandse Bank is ook naar de business case voor onze markt gekeken. Allereerst met betrekking tot de clausule omtrent de Wet Financieel Toezicht. De kosten die hieraan zijn verbonden zijn dusdanig hoog dat dit niet haalbaar is voor geen enkel bureau. Immers, het verzorgen van de administratie moet bekostigd worden vanuit het vrij besteedbaar bedrag, voor de meeste budgethouders € 250,- op jaarbasis. Daar kan een dergelijke vergunning niet vanuit bekostigd worden.
Ook is gekeken naar de kosten voor het keurmerk. Deze bedragen over een periode van 3 jaar € 2.000,- tot € 3.000,- voor een bureau. De vraag is wat er voor teruggekregen wordt. Egenlijk niets. Ook frauduleuze bureaus kunnen op hun sloffen een keurmerk verkrijgen. Men kan niet verlangen dat bureaus die wel ter goede trouw zijn, een dergelijke investering doen bij zo weinig zekerheid.

Punt 7: Keurmerk heeft geen toegevoegde waarde ten opzichte van de huidige situatie
Op basis van de voorgaande punten is de conclusie van BVOP dat het keurmerk van Per Saldo geen enkele toegevoegde waarde heeft op het gebied van fraudebestrijding en oneigenlijk gebruik. Kernprobleem hiervoor is het werken met voorschotten. BVOP heeft regelmatig voorgesteld om over te stappen naar betalingen achteraf. Dit bleek bij herhaling onbespreekbaar. Het mechanisme met betalingen achteraf is beter controleerbaar en daarmee verdwijnt voor een PGB bureau iedere noodzaak om geld te beheren. De budgethouder behoudt het budget, maar vooral de regie over de eigen zorg. Wat is hier op tegen?

De maatregelen van de overheid t.a.v. de PGB bureaus
In de maatregelen van de overheid staat dat een budgethouder uitsluitend gebruik mag maken van "keurmerk bemiddelingsbureaus". Dit betekent niets meer dan dat een niet keurmerk bureau op de verantwoording kan voormkomen. Alleen keurmerk bureaus mogen op de verantwoording voorkomen en dan alleen nog onder de restricties zoals bij punt 5 staat vermeld.
Vanuit het vrij besteedbaar bedrag (of met privé middelen) mag een budgethouder ook niet keurmerk bureaus inschakelen. De BVOP leden worden al vrijwel uitsluitend bekostigd vanuit het vrij besteedbaar bedrag. Daarnaast handelen de BVOP leden volgens de gedragscode . Ook heeft een lid een Verklaring Omtrent Gedrag moeten overhandigen. Wij nemen dat het lidmaatschatschap van BVOP net zulke betrouwbaarheid garandeert els het dure keurmerk.

Hieronder treft u een overzicht aan een aantal andere veel gestelde vragen

Vraag 1: Hoe onafhankelijk is onafhankelijk?
Antwoord: Ten aanzien van het persoonsgebonden budget moet de onafhankelijke positie van een BVOP-lid in overeenstemming zijn met de gedragscode van Per Saldo en Stichting de Ombudsman. Dit betekent dat zowel zakelijk als privé geen zakelijke verbanden mogen bestaan met zorginstellingen en individuele zorgverleners.

Vraag 2: Mag een BVOP-lid andere diensten dan advies, PGB administratie en bemiddeling aanbieden?
Antwoord: Ja, dat mag. Mits die diensten verder niet gerelateerd zijn aan zorglevering. Denk daarbij bijvoorbeeld aan diensten als belastingzaken, verzekeringen, afhandeling erfenissen etc. Die andere diensten mogen niet in strijd zijn met de gedragscode van Per Saldo en Stichting de Ombudsman.

Vraag 3: Hoe staat het met het keurmerk voor PGB bureaus?
Antwoord: Momenteel bevindt de ontwikkeling van het keurmerk zich in het afrondend stadium. BVOP neemt hieraan deel, maar had wat reserves (zie nieuws). In het kader van de voorgenomen maatregelen bezint BVOP zich opnieuw op het keurmerk. Het moet wel iets toevoegen aan de huidige praktijk.

Vraag 4: Hoe ver strekt de advisering door een BVOP bureau?
BVOP leden adviseren ook cliënten, die zorg in natura wensen te ontvangen.

Vraag 5: Hoe gaan de leden om met de Gedragscode van Per Saldo en Stichting Ombudsman van juni 2009?
Antwoord: Leden onderschrijven de Gedragscode en werken ook uitsluitend conform deze Gedragscode. Een ondertekende verklaring hierover is een van de toelatingseisen.

Vraag 6: In hoeverre is de BVOP betrokken bij de ontwikkeling van het keurmerk voor PGB bureaus?
Antwoord: BVOP heeft zitting in de commissie van deskundigen en belanghebbenden. Deze commissie stelt het eisenpakket samen en bewaakt de actualiteit van dat eisenpakket.

Vraag 7: Waaruit blijkt de onafhankelijkheid van de aangesloten bureaus?
Antwoord: De integriteit van het aangesloten bureau staat ervoor garant dat bij aangenomen opdrachten geen enkele vorm van belangenverstrengeling ontstaat. Dit dient transparant en toetsbaar te zijn. Bureaus van de BVOP doen daarom in ieder geval zelf niet aan zorgverlening.

Vraag 8: Hebben alle PGB-bureaus dezelfde diensten?
Antwoord: Nee. Waar het het PGB betreft onderscheidt BVOP een drietal diensten: administratie, advies en bemiddeling. Een lid mag alle diensten leveren, maar mag zich ook beperken tot één of twee van de genoemde categorieën. Een lid moet dit duidelijk in zijn uitingen laten uitkomen.
Het door de overheid gehanteerde begrip PGB-bemiddelingsbureaus (vaak in combinatie met fraude) is daarom erg misleidend. Het suggereert bemiddeling terwijl de fraude plaatsvindt bij het onderdeel administratie. BVOP is niet gelukkig met deze titelatuur. Vooral leden die zich uitsluitend met bemiddeling bezighouden ondervinden veel hinder door deze naamgeving.